<script type="text/javascript">

Herberg ut Gildehoès

Voor een leuk dagje uit

2012 © Herberg ut Gildehoès  | All rights reserved | Voorwaarden

Jeu de boules of Petanque.

tête-à-tête:   één speler tegen één;

doublette:    twee spelers tegen twee;

triplette:       drie spelers tegen drie.

Deze uitdrukkingen zijn uit het Frans overgenomen termen.

Het spel.


Jeu de boules kan zowel individueel als in teamverband gespeeld worden, waarbij een team kan bestaan uit twee of drie spelers. Men noemt dit ook wel doublette en triplette. Individueel noemt men ook tête-à-tête. Als met drie spelers per team wordt gespeeld, heeft elke speler 2 ballen, terwijl elke speler bij doublette en tête-à-tête 3 ballen heeft.


In wedstrijden tussen doublettes of triplettes speelt elk team dus met zes boules.

Een partij begint altijd met de toss. Het team dat de toss wint, speelt als eerste, het maakt niet uit welke speler van het team begint.

Een partij is onderverdeeld in werpronden. Een werpronde duurt net zolang totdat alle boules van beide teams zijn gespeeld. Een van de spelers van het team dat de toss heeft gewonnen trekt op een door hem uitgekozen plek een cirkel van 50 cm doorsnede. Vanuit die cirkel, de werpcirkel geheten, gooit hij het but (het kleine houten balletje) uit op een afstand van ten minste 6 meter en ten hoogste 10 meter.

Wordt het but te kort of te lang uitgeworpen, dan mag nogmaals geworpen worden. Lukt het de derde keer ook niet, dan mag de tegenstander het proberen. De speler die het spel opent, probeert zijn boule zo dicht mogelijk bij het but te werpen (plaatsen of pointeren). Van belang daarbij is dat de speler met beide voeten op de grond in de cirkel dient te blijven staan. Hij mag de cirkel pas verlaten of een voet van de grond tillen wanneer zijn boule op de grond is neergekomen.

Als de eerste speler van team A heeft gespeeld, is het aan een speler van team B om een boule te werpen. Hij moet daarbij proberen de boule van zijn voorganger te verbeteren. Met andere woorden, hij moet trachten zijn boule dichter bij het but te plaatsen dan de eerst geworpen boule. Wanneer dat inderdaad lukt, is het weer aan team A om te spelen. Lukt het echter niet, dan moet de speler van team B of een van zijn teamgenoten nog eens werpen, net zolang totdat de boule van team A verbeterd is. Tussen haakjes, de boule die zich het dichtst bij het but bevindt, ligt 'op punt'.

Het komt er dus op neer dat een team pas moet spelen wanneer het andere team op punt ligt.

Het is ook toegestaan een boule die heel dicht bij het but ligt en niet of nauwelijks te verbeteren valt, weg te schieten. Dat kan door heel zorgvuldig en zuiver op die boule te mikken en vervolgens te raken. En het allermooiste daarbij is als je eigen boule vervolgens op de plaats van de getroffen boule blijft liggen. Het is ook toegestaan, hoewel veel moeilijker, het but te schieten. Soms is dat een probaat middel om groot puntenverlies te voorkomen of, bijvoorbeeld indien er te veel boules van de tegenpartij rondom het but liggen en plaatsen vrijwel onmogelijk lijkt, in één klap een grote score te behalen.


Als alle boules van beide teams gespeeld zijn, wordt er gekeken hoeveel punten er liggen. Slechts één van beide teams kan punten behalen. Een team kan net zoveel punten behalen als er boules beter liggen dan de beste boule van de tegenstander. Of, met andere woorden, als de beste boule van team B op 50 cm van het but ligt en team A heeft drie boules op respectievelijk 10, 20 en 45 cm afstand van het but, dan behaalt team A drie punten. Team B krijgt geen punten.

Het zal duidelijk zijn dat Het minimale aantal te behalen punten is 1 en het maximale aantal 6. Net zoveel dus als het aantal boules dat elk team in handen heeft. Soms, als de verschillen in afstand tot het but van de boules van beide teams heel gering zijn, kan het noodzakelijk zijn dat er gemeten moet worden. Het team dat de voorgaande werpronde heeft gewonnen, mag de nieuwe werpronde beginnen. Op de plaats waar het but zojuist lag, wordt een nieuwe werpcirkel getrokken. Vervolgens wordt de eerste boule geworpen. Enzovoort.

Een partij is afgelopen wanneer één van beide teams dertien punten heeft gescoord.

Het jeu de boule spel vroeger.

Jeu de boule of Petanque is een typisch balspel dat in zijn vroegste vorm reeds bij de oude Grieken gespeeld werd. Daar werd het echter nog beoefend als een krachtspel. De Romeinen hebben er later meer een behendigheidsspel van gemaakt ongeveer in de vorm zoals we het nu nog kennen. Ook in de middeleeuwen bleven petanque en andere bolspelen erg populair, maar daarna verslapte de interesse ervoor met uitzondering van bepaalde streken zoals de Franse Provence.

Na de Tweede Wereldoorlog is het petanque begonnen aan een indrukwekkende opmars die eerst geheel Frankrijk overspoelde maar al spoedig ook andere Europese landen en zelfs daarbuiten.

Onze beugelbaan is uitermate geschikt voor het spelen van indoor jeu de boules.

Zo kan ook de echte liefhebber van het spel bij ons terecht voor het spelen van een partijtje en dat ook bij minder goed weer.

Jeu de boules kan op drie manieren worden gespeeld:

Beugelen  -  Geschiedenis   -  Spelregels beugelen   -  Spelsituaties   -  Jeu de boules   -  Spelregels jeu de boules