Herberg ut Gildehoès
Voor een leuk dagje uit
2012 © Herberg ut Gildehoès | All rights reserved | Voorwaarden
Het beugelen wordt gespeeld in teams van 2 spelers op een baan met lemen ondergrond
en een afmeting van ± 10 x 5 me
ter.
Een ijzeren ring, de beugel, staat op ± 7,5 meter van de onderkant van de baan. Verder heeft men vier bollen nodig met een doorsnee van ± 18 cm en een gewicht van ca. 4 kg.
Iedere speler speelt met een houten palet (schop of sleger) waarmee de bollen in één rechte lijn worden voortbewogen (duwen niet slaan).
Het spel wordt gespeeld met 2 of 4 spelers, maar altijd met vier bollen (2 rode en 2 witte) De partij begint wanneer de eerste speler zijn bol met de sleger door de beugel probeert te spelen vanaf de greppel. Bij het spelen vanaf de greppel moet een voet in de goot en een voet op de baan zijn
Punten worden gescoord door de bal door de beugel te spelen of de bal van de tegen stander aan de korte kant, het verst van de beugel, uit de baan (in de goot) te spelen.Het beugelen vereist geen specifieke kracht of lichamelijke getraindheid. Spelinzicht en spelvaardigheid zijn de belangrijkste criteria. Het kan gespeeld worden door jong en oud en door mannen en vrouwen.
Zijn alle bollen (4) vanaf de greppel in het spel gebracht, dan speelt de speler
waarvan de bol het dichtst bij de
beugel ligt als eerste. Vervolgens de dan dichtstbijzijnde
bol van de tegenpartij. De volgorde van spelen blijft de rest van de partij zo en
verandert niet meer. Het kan dus niet voorkomen dat twee ballen van dezelfde kleur
achter elkaar gespeeld worden.
Ballen mogen niet over elkaar gespeeld worden, wel mag een bal over de beugel gespeeld worden.
De bal moet in zijn geheel door de beugel zijn om punten te krijgen, ligt een bal tegen de rand dan moet ook daar gespeeld worden.
Punten zijn niet alleen te verkrijgen door de eigen bol door de beugel te spelen,
maar ook door de bol van de tegenstander in de greppel te slaan.
Komt echter de eigen
bol in de greppel dan krijgt de tegenstander 2 punten erbij. Speelt men de bol van
de tegenstander van boven door de beugel dan gaan er bij hem twee punten af.
Winnaar is degene die het eerst 30 punten heeft.
De spelers blijven steeds met dezelfde
bol spelen. De bollen worden om de beurt gespeeld, dus 2 keer dezelfde bol achter
elkaar spelen mag niet en de partijen wisselen per beurt.
De speler moet met beide voeten op de speelbaan staan, behalve bij het spelen uit
de greppel (begin van de baan). Dan staat één voet in de greppel en één voet op de
baan.
Het is niet enkel een fysieke vaardigheid, maar de kunst is vooral om tactisch
enkele beurten vooruit te denken.
Met je sleger mag je alleen je eigen bal spelen, dus je mag de ballen van anderen niet aanraken.
Punten zijn te halen door:
• Je bal aan de voorkant door de beugel te duwen (+2)
• De bal van je medespeler door de voorkant van de beugel te kaatsen (+2)
• Gaat je bal aan de achterkant door de beugel (-
• Kaats je een bal van de tegenpartij in de goot, dan krijg jij (+2)
• Gaan twee ballen in de goot (wit en rood) dan geeft dat geen verandering
• Duw je een eigen bal in de goot, dan krijgt de tegenpartij (+2)
Beugelen -
Wij hanteren de spelregels voor het recreatief beugelen.
Spelregels en puntentelling beugelen.